"Ik doe niet aan netwerken"
arrow_drop_up arrow_drop_down
19 november 2015 

"Ik doe niet aan netwerken"

Een paar jaar geleden op een buurtbarbecue sprak ik een buurman die veel van huis was omdat hij een grote eigen onderneming had. Hij praatte met iedereen, bewoog zich makkelijk tussen de mensen met een goed glas wijn in de hand. Wij spraken over netwerken. “Ik doe niet aan netwerken“, zie hij lachend en ging met een andere buurvrouw staan praten.

Er was een tijd dat ik gek was op netwerkbijeenkomsten. Zeker toen ik geleerd had hoe je je moet gedragen tijdens die bijeenkomsten, werd ik een ambassadeur hiervan. Grappig om te ervaren hoe terughoudend of zelfs afkeurend mensen reageren als je vraagt of ze weleens netwerken. 

Netwerken: wat is dat?

NetwerkenVoorgenoemde buurman, die zogenaamd niet aan netwerken doet, beheerst het vak tot in de puntjes. Hij praat geanimeerd met mensen van diverse pluimage en heeft overal zijn ‘mannetje’ voor: hij kent de enige eerlijke automonteur van de regio (“Ik Whatsapp hem wel even voor je”), is bevriend met de beste bakker van de stad en vanzelfsprekend mag uitsluitend de meest gekwalificeerde tuinman (sorry, hovenier) zijn tuin onderhouden. Kortom, deze buurman heeft geweldig netwerk en kan iedereen helpen.

Wanneer je ooit op een netwerkbijeenkomst bent geweest is de kans groot dat je voor eens en voor altijd genezen bent. Dat komt omdat de meeste zakelijke netwerkbijeenkomsten van een bedroevend niveau zijn. Sta je gezellig met iemand te babbelen, komt daar ineens zo’n blauw pak met zijn kaartje zwaaien. Of je die even aan wilt pakken. Eh … nee. Wie ben jij en wat kom je doen?

Netwerken is geïnteresseerd zijn in een ander en vragen waarmee je hem kan helpen. Iedereen kan netwerken. We doen het wekelijks in de kroeg, in de sportkantine, op een verjaardag of tijdens een wandeling met de hond. “Weet jij niet nog een goede dierenarts?” of “Ik ben gisteren bij die nieuwe film geweest, echt iets voor jou.” Onvoorwaardelijk helpen wij elkaar. Het is niet moeiljk maar zodra het zakelijk wordt, bakken we er ineens helemaal niets meer van. Zo zonde.

Hoe overleef je een netwerkbijeenkomst: vijf medicijnen

1. Vermijd verkopers, zoek gelijkgestemden

vermijd verkopersDe laatste netwerkbijeenkomst waar ik was is alweer drie jaar geleden. Deze werd georganiseerd bij een autodealer van een niet nader te noemen merk. Hij had natuurlijk een deal gesloten dat als de bijeenkomst daar gehouden mocht worden, de aanwezigen een rondleiding door de zaak kregen.

Ze stonden echter in de verkoopmodus maar hadden hun huiswerk slecht gedaan; niemand van de aanwezigen was voornemens een nieuwe of bestaande auto te kopen. We liepen allemaal verveeld rond. Gemiste kans!

Uiteindelijk heb ik heel gezellig met een sportschooleigenaar staan praten. Zonder dat we van elkaar wisten wat we daar kwamen doen. Toen hij aan het einde van het gesprek vroeg waarop ik hier was, zei ik: “Ik zoek een terrein voor mijn hondenschool.” We blijven nog lang plakken …

2. Help anderen, onvoorwaardelijk

Onlangs klaagde een buurman hoe erg het toch niet was dat hij altijd klaar stond voor anderen en nu hij zelf hulp nodig had, niemand thuis gaf. Hij hoopte natuurlijk dat ik hem zou ondersteunen in zijn klaagzang (“Ja die jeugd van tegenwoordig”) maar ik vertelde hem dat hij beter geen verwachtingen kan hebben als hij mensen helpt.

Kennelijk zitten er dus voorwaarden aan zijn hulp en die had hij niet van te voren gecommuniceerd met de hulpvrager en dus waren uitgangspunten niet duidelijk en dus is er teleurstelling. Dit geldt ook voor zakelijke hulpverlening.

Je helpt onvoorwaardelijk dus zonder er iets voor terug te verwachten. Wil je dat niet, dan maak je afspraken: jij doet x voor een ander en die ander doet y voor jou. Simpel.

3. “Waar kan ik jou mee helpen?”

Ooit maakte ik de fout om naar een eindejaarsbijeenkomst te gaan van de Rabobank in een niet nader te noemen dorp. Het zou een geweldig feest worden met eten en drinken en daar hou ik altijd wel van. Het was druk en ik ging met mijn gebruikelijke vragen op dezen en genen af.

Ik stel me voor en vraag: “Waar kan ik jou mee helpen?”. In de meeste gevallen kreeg ik een vragende blik want de meeste ondernemers (ja daar waren alleen ondernemers) zijn deze vraag niet gewend en weten niet waar ik ze mee kan helpen. Ze gaan onvoorbereid naar zo’n bijeenkomst waarschijnlijk alleen om het eten en drinken. Er werd stamppot geserveerd

Na nummer vijf dr00p ik af. Ik nam plaats aan een hangtafel en raakte in gesprek met de plaatselijke makelaar en hypotheekverstrekker. Wij praatten over fotograferen (een wederzijdse hobby), keuzes maken in wat je doet en waar de volgende vakantie naartoe gaat. Ik kreeg uiteindelijk drie opdrachten via hem; hij werd een uitstekende ambassadeur.

4. Geef nooit je visitekaartje, vraag dat van een ander

visitekaartjeZodra mensen mijn visitekaartje vragen, zeg ik steevast: “Ja krijg je zo, mag ik eerst de jouwe?” Zo kun je aftasten of het wel de moeite is om jouw kaartje af te geven. Gaat deze persoon iets voor jou kunnen betekenen?

Op het moment dat je het kaartje van je gesprekspartner krijgt, ga je daar natuurlijk een blik op werpen. Je geeft complimenten over de bedrijfsnaam, het logo of iets anders wat je zo te binnen schiet. Je vraagt hoe hij begonnen is met het bedrijf, wat zijn passie is en waar jij hem mee kunt helpen. Dat schrijf je op de achterzijde van het kaartje (zorg dus dat de achterzijde van jouw visitekaartje wit is zodat mensen er iets op kunnen schrijven).

Mensen praten graag over zichzelf, dus meestal kletsen ze urenlang. Het wordt wel tricky als je bij de hamvraag komt: “Wat wil jij dat ik anderen over jou vertel?”. Een legitieme vraag, want je wilt jouw gesprekspartner helpen aan contacten. Dan moet je wel weten wat zijn pitch is. Tegen die tijd is hij allang vergeten dat hij je kaartje gevraagd heeft. Dat komt mooi uit; ik heb namelijk geen visitekaartjes.

5. “Kun jij mij aan iemand voorstellen die …”

En dan het afscheid. Altijd moeilijk, zeker als het een stroef gesprek is geweest. Maar voor sommige mensen, zoals ik, is het eigenlijk nog lastiger om een leuk gesprek af te ronden.

In beide gevallen kun je altijd vragen of jouw gesprekspartner je aan iemand anders kan voorstellen. Als je heel gericht naar een bijeenkomst gaat (je wilt bijvoorbeeld iemand spreken waarvan je een naam hebt maar geen gezicht) kun je daarnaar vragen.

Zeker in geval van een goed gesprek is het belangrijk toch af te ronden. Je maakt dan een afspraak om elkaar later te ontmoeten waardoor je ook andere contacten kunt leggen.

Netwerken doen we de hele dag door. Op Facebook, bij de kapper, op de sportschool en … op een netwerkbijeenkomst. Goede zaken!

Over de schrijver
Monique is oprichter en eigenaar van HondenUniversiteit. Zij is vanaf 2003 professioneel met honden bezig. Naast kynologisch instructeur is zij hondengedragstherapeut. Sinds 2011 helpt zijn ondernemers in de hondenbranche zakelijk en privé te groeien.